Partnerschap voor Europese Fondsen

Europese Commissie keurt Partnerschapsovereenkomst Nederland goed

Lidstaten van de Europese Unie moeten in een Partnerovereenkomst aangeven hoe zij de middelen uit de Europese Structuur- en Investeringsfondsen inzetten die voor de periode 2014-2020 beschikbaar zijn. Voor Nederland gaat het om ongeveer € 1,7 miljard aan Europese middelen die geïnvesteerd worden in innovatie en concurrentiekracht van het mkb, verhoging van de arbeidsparticipatie en het realiseren van een milieuvriendelijke economie. De Nederlandse Partnerschapsovereenkomst is eind augustus 2014 goedgekeurd door de Europese Commissie.
 
Europese middelen voor de Europa2020-strategie
Elke zeven jaar kent de Europese Commissie nieuwe budgetten toe voor de economische en sociale ontwikkeling van de lidstaten. Die budgetten komen uit de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESI-fondsen). Het gaat in Nederland om het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal fonds (ESF), het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMVZ).

Er is voor de periode 2014-2020 ruim € 1,7 miljard aan Europese middelen beschikbaar. Deze worden geïnvesteerd in innovatie, verhoging van de arbeidsparticipatie en een milieuvriendelijke economie. Aanvullend is circa € 0,3 miljard beschikbaar voor grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s (Interreg A). Lidstaten moeten zelf voor co-financiering zorgen; vaak is dat 50% van het subsidiebedrag uit een ESI-fonds. De investeringen vanuit de ESI-fondsen dragen bij aan de Europa2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei.

Partnerschapsovereenkomst: overkoepelend document
Om aanspraak te maken op het budget uit de ESI-fondsen, moeten goede plannen en programma’s ontwikkeld worden. De plannen zijn samengebracht in een Partnerschapsovereenkomst. Deze Partnerschapsovereenkomst is een overkoepelend, strategisch document waaraan door veel partijen is samengewerkt.
 
De Partnerschapsovereenkomst gaat in op belangrijke uitdagingen en de uitgangssituatie van Nederland en beschrijft de inzet van de ESI-fondsen op de volgende doelen:
  • Bevorderen van een innovatieve bedrijfsomgeving; Via EFRO, ELFPO en EFMZV wordt ruim € 500 miljoen ingezet op het vergroten van de concurrentiekracht van de landbouw, de visserij en de maritieme sector, het bevorderen van de samenwerking tussen (mkb)bedrijven en kennisinstellingen, stimuleren van kennisvalorisatie en verbeteren van de toegang tot kapitaal voor het innovatieve mkb.
  • Realiseren van een milieuvriendelijke en hulpbronefficiënte economie; De fondsen EFRO, ELFPO en EFMZV investeren circa € 550 miljoen in innovatieve technologieën ter verbetering van de energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, slimme uitrol, en investeringen gericht op herstel en versterking van de biodiversiteit, de waterkwaliteit en verduurzaming van de visserijsector.
  • Verhoging van de arbeidsparticipatie en sociale insluiting; Nederland investeert via ESF, en in mindere mate via EFRO en ELFPO, ongeveer € 570 miljoen Europese middelen in het helpen van kwetsbare groepen om toe te treden tot de arbeidsmarkt en in het bevorderen van actief en gezond ouder worden.
Ook gaat de Partnerschapsovereenkomst in op de synergie en samenhang tussen de ESI-fondsen onderling en de samenhang met relevant Europees en nationaal beleid. Daarnaast wordt onder meer toegelicht hoe Nederland voldoet aan een aantal verplichte Europese randvoorwaarden zoals gelijke behandeling tussen mannen en vrouwen, staatssteun en energie-efficiëntie. 

Goedkeuringsprocedure
Het afgelopen anderhalf jaar hebben Rijk en regio intensief samengewerkt om een Partnerschapsovereenkomst te realiseren die aansluit bij de maatschappelijke uitdagingen in Nederland en de doelstellingen van Europa voor 2020. De inzet wordt breed gedragen door de betrokken ministeries, regionale en lokale overheden en sociale en maatschappelijke partners.

De Partnerschapsovereenkomst is begin maart 2014 ter goedkeuring bij de Europese Commissie ingediend. De Commissie kon zich vinden in de Nederlandse prioriteiten voor inzet van de ESI-fondsen, maar wenste op diverse punten een nadere toelichting, onder andere op het gebied van:
  • de onderbouwing van de inzet op het realiseren van een koolstofarme economie en slimme uitrol;
  • het voldoen aan enkele verplichte randvoorwaarden op het gebied van staatssteun en gelijke behandeling tussen mannen en vrouwen;
  • het opstellen van een kort Actieplan voor de implementatie van Europese regelgeving over energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving, omdat een deel van deze regelgeving in Nederland nog niet in werking is getreden.
De aangepaste Partnerschapsovereenkomst is eind juli opnieuw ingediend bij de Europese Commissie en eind augustus formeel goedgekeurd. Het persbericht van de Europese Commissie hierover is te lezen via IP/14/941

De Tweede Kamer is geïnformeerd over de goedkeuring door de Europese Commissie, zie http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/08/27/kamerbrief-over-de-goedkeuring-partnerschapsovereenkomst-en-stand-van-zaken-efro-2014-2020.html

Met de goedgekeurde Partnerschapsovereenkomst ligt de weg vrij voor goedkeuring door de Commissie van de in totaal zeven nationale en landsdelige programma’s van de vier ESI-fondsen. Verwacht wordt dat de Operationele Programma’s van de ESI-fondsen later dit jaar goedgekeurd zullen worden door de Europese Commissie.

De goedgekeurde Partnerschapsovereenkomst is hier te zien.